Thuis

‘Na de geboorte van Elisa (zie voor de eerste foto’s mijn vorige blog) zijn mijn ouders en zus afgelopen weekend langs geweest om de jongste Van Aggelen te bewonderen.

 

Als ik terugkijk op al die jaren dat ik in Italië woon, is het meest trieste moment eigenlijk de dag van vertrek en de dag erna. Op de dag dat ik een enkele reis Eindhoven-Rome maakte, werd ik ’s morgens wakker gemaakt door mijn moeder zodat we voor de laatste keer samen konden ontbijten. Dat hebben we jarenlang gedaan – ondanks het feit dat we beiden geen praters zijn ’s ochtends vroeg.  

 

Daarna controleerde ik nog even alles, belde nog met mijn zus en ging ik samen met mijn vader en een vriend naar het vliegveld. Het moment dat we elkaar gedag zeiden en mijn vader in tranen uitbarstte, zal ik nooit vergeten.  

 

Tijdens de vlucht kreeg ik bijna spijt van dit avontuur. Ook toen ik aankwam en Marina mij op kwam halen, was ik eigenlijk erg triest. Die nacht sliep ik weinig en dacht ik bij mezelf: ‘Waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen… Ik laat mijn ouders, zus en vrienden achter en ik begin aan een onbekend avontuur.’  

 

Ik trok bij mijn schoonouders, Marina en haar broer in. Gelukkig waren zij er altijd voor me en hielpen ze me met alles, vooral ook met de taal. Nadat ik ook binnen tien dagen een baan en een voetbalclub had gevonden, voelde ik me steeds meer op mijn gemak, maar nog zeker niet thuis.  

 

Nu, na al die jaren, vraag ik me nog wel eens af hoe ik het ooit in mijn hoofd heb gehaald om de stap te wagen en hier te gaan leven. Als ik het opnieuw zou moeten doen, zou ik het waarschijnlijk NOOIT doen. Maar toch voel ik me nu helemaal thuis en zou ik, denk ik (zeg nooit nooit), niet meer zo snel teruggaan naar Nederland.  

 

Ik spreek mijn ouders regelmatig via mail, Skype en elke zondag (na Studio Sport) via de telefoon. Op zondagavond ga ik er altijd goed voor zitten om de week door te nemen met het ‘thuisfront’. We kletsen dan altijd een uurtje. Mijn zus spreek ik veelal via Whatsapp, Facebook, Viber en Tango. Ook met vrienden in Nederland is het tegenwoordig gemakkelijk om contact te houden met al de applicaties op de smartphone. Marina daarentegen spreekt haar moeder elke dag. Niet alleen om bijvoorbeeld af te spreken of Daniel wel of niet uit school moet worden gehaald, maar ook gewoon om even te kletsen wat er die dag klaargemaakt gaat worden.

Afgelopen weekend waren mijn ouders en zus even over. Niet alleen om mij even te zien, maar ook (en waarschijnlijk vooral) om Daniel en Elisa te zien. Voor hen is het ook apart dat ik in een ander land leef, een taal spreek die zij niet spreken en er tegenwoordig ook veel andere gewoontes op na houd.

 

Daniel kan zich behoorlijk redden in het Nederlands maar drukt zich beter uit in het Italiaans. Gelukkig praat hij steeds beter Nederlands – in het begin praatte Daniel alleen Italiaans en dan konden zijn opa en oma hem niet verstaan. Ikzelf voel me een mix van Nederlands en Italiaans. Ik probeer keuzes te maken tussen de beste dingen in de Nederlandse en/of Italiaanse cultuur.  

 

Soms voel ik me best schuldig, dat ik zomaar iedereen heb achtergelaten om mijn liefde achterna te gaan en in een ander land te gaan wonen. Ik denk dat het vooral voor mijn ouders erg moeilijk is. Zij zien in hun omgeving veel vrienden en familie die opa en oma zijn en hun kleinkinderen vaak zien. Mijn ouders zien hun kind en kleinkinderen eens in de paar maanden voor een paar dagen.  

 

Het was weer heel fijn om samen te zijn, samen te eten, samen te kletsen, heel veel te lachen en samen te wandelen. Maar de dag dat ze vertrekken is altijd weer triest. Gelukkig ga ik over een paar weekjes weer even naar Nederland. Mijn moeder gaat na veertig jaar trouwe dienst met pensioen en geeft een feestje. Het gedag zeggen is dit keer dus maar voor eventjes en waarschijnlijk zullen opa en oma regelmatiger naar Italië komen aangezien ze niet meer afhankelijk zijn van vakanties. Als ze dan ook maar tijgernootjes, stroopwafels en schrobbelèr meenemen?‘

Commentaar schrijven

Commentaren: 0